RO Photography, Flickr.com

‘Beste overheid, maak van landbouwgrond een common’

‘Beste overheid, zet een nieuwe bril op om samen op een duurzame manier naar het landbouwbeleid te kijken. Start het aankopen van landbouwgrond voor een weerbare economie’, betoogt Bram Stessel in dit opiniestuk. Het verwerven van grond is wegens hoge prijzen bijna onmogelijk geworden voor de nieuwe generatie (biologische, sociaal gedreven) boeren. De jonge, Vlaamse bioboer pleit ervoor om landbouwgronden als commons te gaan beschouwen.

Door Bram Stessel, 11 oktober 2016, gepubliceerd op Mo.be. Iets ingekorte versie.

Net als in Nederland groeit in Vlaanderen de beweging rondom lokale voedselketens. Enkele voorbeelden. Gronden die onteigend werden voor de aanleg van de Brusselse ring, worden nu gebruikt om jonge boeren in spe op te leiden om later zelf een bedrijf op te starten. De stad Oostende en Turnhout startten tevens een eigen CSA-bedrijf (CSA = community supported agriculture). Prachtige initiatieven die bewustwording, de ontwikkeling van een lokale gemeenschap en goede gezondheid promoten. Na de eerste pioniers van de biolandbouw dertig jaar geleden, is er nu een tweede golf van jonge enthousiaste boeren (vaak zonder boerenafkomst) die toekomst zien in kleine lokale bedrijven, vaak zelfoogst-tuinen en CSA-boerderijen.

Maar een groot probleem waar deze jonge enthousiaste boeren voor komen te staan, is het verkrijgen van grond. Vaak zijn de prijzen van een landbouwgrond buiten proportie, door speculanten en rijke paardenliefhebbers de hoogte in gedreven. In grote delen van Vlaanderen betaal je tegenwoordig tot 100.000 euro voor slechts één hectare landbouwgrond, het minimum aan oppervlakte nodig voor de uitbouw van een levensvatbaar CSA-bedrijf. Hoe kan een jong bedrijf zo’n grote investering trekken, laat staan afbetalen op lange termijn? Initiatieven zoals de Landgenoten, coöperatieven of crowdfundacties bewijzen hun nut, maar niet voor iedereen…

Je zou zeggen: boeren kunnen toch land pachten? In de praktijk blijkt dit een verouderd systeem. Grondeigenaren wensen hun gronden niet meer levenslang in gebruik te geven aan boeren. Vaak is alle pachtgrond al verdeeld. De pachtwet is er om boeren te beschermen, maar wat we vandaag zien is dat pachtgronden in bezit blijven van gepensioneerde boeren. Dit kan voor de boer in kwestie nog een mooie bijverdienste betekenen, ze laten de mest van bijvoorbeeld intensieve varkenshouderijen invoeren tegen betaling, of ze kiezen ervoor de pachtgrond te laten bewerken door loonwerkers.

Moeten we niet ruimer kijken? Hoe kunnen we als natie echt een weerbare en gezonde lokale landbouw genereren in tijden van in- en export, monocultuur en marktspelers en grote lobbygroepen zoals Bayer? Hoe kan België, of ruimer gezien Europa, in tijden van crisis of oorlog meer weerbaar worden? Hoe kunnen we als land afstappen van een olie-afhankelijk voedselweb?

Het antwoord ligt misschien bij de ‘commons’, of in het Nederlands ‘een meent’. Volgens Wikipedia: “Een meent of mient is een term die vroeger gebruikt werd voor een onverdeelde gemeenschappelijke weide meestal als onderdeel van een gemeynt of marke. Het kwam met name voor op zandgronden. Afhankelijk van de regio en de bodemvruchtbaarheid werd de meent op een zeker moment in het verleden verdeeld tussen de gerechtigden.” Deze vorm van door-de-gemeenschap-gedragen landbouw werd toegepast in o.a. Groot-Brittanië en is tot op de dag van vandaag nog steeds gangbaar in bepaalde gebieden in Europa. In Engeland is er momenteel een organisatie ‘The land is ours’. Zij pleiten ervoor dit systeem opnieuw te gebruiken.

Een tweede mogelijkheid zou kunnen zijn dat mensen die op zoek zijn naar een investering, landbouwgronden opkopen om door een CSA-bedrijf te laten exploiteren. Op deze manier wordt enerzijds de lokale gemeenschap gesteund door mensen met kapitaal, investeerders doen anderzijds een waardevolle investering: een win-win situatie. Investeerders zouden op deze manier een sleutelrol kunnen uitoefenen. Door als grondeigenaar de exploitatie over te dragen aan een CSA-bedrijf, dat een duurzaam beheer van de grond toepast, bewerkstelligt hij ook de rurale ontwikkeling van zijn gemeente. Dat kan de lokale economie alleen ten goede komen. Deze werkwijze wordt o.a. toegepast door b.v. de Landgenoten in Vlaanderen, de Herenboeren in Nederland en Terre de Liens in Frankrijk. Zij zoeken funders in het lokale netwerk van de boer, kopen de grond en verpachten deze aan de boer. Zo zorgen ze ervoor dat het areaal biolandbouwgrond in de toekomst verzekerd wordt.

Het landbouwbeleid moet dus radicaal omgevormd worden om jonge boeren kansen te geven, om in onze nationale voedselproductie autonomer te worden, om de eetgewoonten van de burgers te verbeteren en zo ook de kosten in de gezondheidssector naar omlaag te halen. Kleinschalige landbouw kan een grotere bewustwording genereren, niet alleen op landbouwgebied, maar ook sociaal van grote betekenis zijn.

Dan de vraag: kan België meer zelfvoorzienend worden? Een rekenvoorbeeld. Een CSA-bedrijf heeft gemiddeld 75m2 nodig om in de jaarlijkse groentevoorziening van 1 persoon te voorzien. Vermenigvuldigd met 11.267.910 Belgen (in 2016) komt neer op 84.509 ha. Dit areaal, in bewerking door CSA-bedrijven, zou de groentevoorziening van alle Belgen kunnen betekenen. Het areaal cultuurgrond in België bedroeg 1.333.398 ha in 2014. Dit betekent dat slechts 6,3% van onze landbouwgrond, gerund door een CSA-bedrijf, onze nationale groentebehoefte kan dekken. Een haalbare kaart, lijkt me. De overige 1.248.888 ha kunnen benut worden voor fruitteelt, graanteelt, etc., die ook in een CSA-model te gieten zijn. Neem het voorbeeld van ’T Lindeveld uit Oost-Brabant: een granen-CSA.

Allerbeste overheid, zet die nieuwe bril op om samen op een duurzame manier naar het landbouwbeleid te kijken. Start het aankopen van landbouwgrond voor een weerbare economie. Laat die 84.509 ha een eerste stap zijn in de goede richting. Verzeker een toekomst voor onze kinderen. Gebruik het woord “duurzaamheid” niet als trendy titel voor een werkstuk, maar ontwikkel een landbouw die toekomstbestendig is, zowel in ecologisch, economisch als sociaal opzicht.